Column nr2 – 2023 – Depressief


Titel. Depressief.

Ik wordt nogal eens kwaad, of liever gezegd woedend, wanneer mensen roepen: “ik ben zo depressief!” Ik weet als geen ander, dat iemand met een depressie lijdt aan een psychiatrische ziekte, die geen bagetellisering verdraagt.  Het is echt taal vervuiling, dat geroep en gezanik over : “ik ben zo vreselijk depressief!” Probeer het eens om je gevoelens uit te drukken met een andere term, die wat meer realistisch dan het benoemen van je gevoelens, met een woord als “somber” “lusteloos”  “treurig”. Of probeer nog iets meer kleur aan je stemming te geven, zoals “ik heb van die “zwartgallige” gedachten!” En wanneer je echt lijdt aan een depressie, moet je hulp zoeken bij een goeie psychiater. Er zijn – godzijgedankt – heel goede medicijnen voor depressies en ook heel goede psychiaters en psychologen. Ik vind mijn gelijk in een goed stuk van psycholoog Marte Kaan in de weekendbijlage van 7 Januari van de NRC over de taalvervuiling door het te pas en te onpas smijten met psychiatrische ziektebeelden. “Ik ben getraumatiseerd”, klinkt beter als “Ik ben heel erg geschrokken”. Maar gebruik zulke zware woorden niet te snel en te vaak”, waarschuwt schrijfster Marte Kaan.

In die NRC van vorig weekend stond een prachtig nuchter stuk:  “Niet alles is een trauma!” Nog los van de gebeurtenissen in de wereld om je heen is een toontje minder bij het gebruik van psychiatrische ziektebeelden in de conversatie aan te bevelen.

Nu iets heel anders. Ik las dat de Engelse

Schrijfster Fay Weldon op 91 jarig leeftijd is heengegaan. Zij werd wereldberoemd door haar roman over “The She devil”, en ik mocht haar intervieuwen in de jaren van haar grote bekendheid nadat zij een tournee door de Sovjet Unie had gemaakt. Zij streek neer in een bibliotheek, waar ik haar, doodzenuwachtig want het was mijn eerste interview in het Engels, vertelde over haar ervaringen in Rusland. Het waren de jaren, dat laaggeletterden in de aandacht waren en er tal van speciale activiteiten werden bedacht aan de  taal-achterstand iets te doen. Ook Fay deed hier op internationaal niveau aan mee en van haar kreeg ik een tip, die ik ogenblikkelijk inzette bij mijn eigen pogingen iets aan de taalachterstand te verbeteren tijdens een van de lezingen voor laag geletterden. Ik werd getrakteerd op een zaal met op de eerste rij een aantal van veertien oudere mensen, die hier iets aan hun taalachterstand wilden rechtzetten. En daarachter een enorme zaal voor veel lange jongens met petten op, die absoluut niet van plan waren door mij geholpen te worden bij hun taalachterstand. De Nederlandse lerares, die mij had uitgezocht om dit stelletje ongeregeld jongvolk iets bij te brengen, stond klappertanden aan de zijkant. Ik stond op het podium en dacht aan wat Fay
Weldon mij had geleerd. Ik pakte dapper de microfoon en riep naar een van de zeer lange jongens achter in de zaal. “Hallo daar! Nee…niet jij…jij daar met die zwarte pet op.

Wat is het laatste boek wat je hebt gelezen?”.

Waarop de knul terug riep:  ‘Ik lees niet!”

Waarop ik luid en duidelijk hem antwoordde: “Maar dat geeft helemaal niet! Wanneer je het bordje met “UITGANG” maar kunt lezen!”

Ik heb nog nooit zo,n grote groep jonkies horen stilvallen Met dank aan
Fay Weldon.