Column 7 november 2020


Redactie AD
Titel. moeder

Ze is goed gehumeurd, schrander, liefdevol en streng, en net als al mijn kinderen, heel goed in mij de les lezen! Zoals waneer ik bijvoorbeeld dat buitenbudgetaire verrukkelijk spannende rode truitje toch wil aanschaffen. “Foei moes! Dat hadden we niet afgesproken, weet je nog wel? Je komt.om in de schattige truitjes”.

“Maar nog geen rood truitje!” Ik zal haar toorn niet riskeren, dus dat beeldige truitje blijft gewoon in het rek hangen..Daar naast is ze is goed gezelschap. Je kunt onbedaarlijk met haar lachen. Maar je moet haar ook weer niet loslaten in mijn klerenkast. Daar hangt van alles, wat, volgens mijn dochter, mij toch te klein is….Ze scant alles…en pikt er uit, wat mij volgens haar veel TE KLEIN is. ´Ach moes, dit past jou echt niet meer!”

En daarnaast is zij bij ziekte en andere narigheid, de liefste zorgkip, die ik ken. Lievere zorgkip ken ik niet. Nu ja, haar vier broers kunnen ook heel goed zorgen, maar nu mijn ene been weerbarstig en pijnlijk is door ischias( ik dacht altijd, dat dit een oude heren kwaal was, maar oude dames krijgen het dus ook !!!) komt mijn heerlijke dochter, zet koffie op de manier waar ik dol op ben, leegt een enorme zak met verse plee- en keukenrollen, tandpasta, zuurkool met worst, een klein bloemkooltje, verse uitloop eitjes en liefde op mijn bed zuigt mijn verblijf stofvrij, en sopt mijn minivaat ook nog eventjes.

“Ik heb haar toch heel aardig opgevoed!”, denk ik, haar tevreden prijzend over haar kwaliteits zorg voor haar oude moeder met het zere been, dreig haar vervolgens nog even “gezellig bij haar te komen wonen”, hetgeen háár, maar mijzelf ook doen rillen van afschuw ( En dan heb ik het nog niet eens over haar man…), om dan voor vandaag afscheid te nemen met een harde knokkelelleboog In de hoop dat ze vlug weer terugkomt om koffie te drinken en stof te zuigen. Zij is mijn enige eigen heerlijke en unieke dochter.